Griep

De paardengriep (Equine influenza) is een zeer besmettelijke virusziekte overgebracht via de luchtwegen en vooral gekenmerkt door koorts, hoesten en neusuitvloeiing. Deze ziekte is zelden dodelijk maar kan aanzienlijke economische verliezen veroorzaken.

Symptomen

De symptomen verschijnen 3 à 5 dagen na de blootstelling aan het virus. De belangrijkste klinische symptomen van de griep zijn:

  • koorts (boven 40°C) met sloomheid
  • droge en krassende hoest
  • waterige neusuitvloeiing in het begin (het kan geel-groen worden tijdens bacteriële infectie).

Andere symptomen kunnen aanwezig zijn zoals verminderde prestaties, sloomheid of verlies van eetlust. Als het paard op rust wordt gehouden, zullen de klinische symptomen geleidelijk verdwijnen na een paar weken, maar de hoest kan langer aanhouden. Echter, de inspanning verergert de symptomen.

Tenslotte, bij gevaccineerde paarden, kunnen één of meer van de hierboven genoemde symptomen niet gezien worden en is de ernst van de symptomen verminderd.

Diagnose

De observatie van de klinische verschijnselen (zoals hoge koorts) en significante besmettelijkheid doen denken aan een geval van griep. De differentiële diagnose omvat droes, rhinopneumonie, equine virale arteritis, streptokokken infecties en bacteriële longontsteking. Een neusswab of bloedonderzoek moet uitwijzen of het daadwerkelijk om influenza gaat.

Behandeling

Op dit moment bestaat er geen effectieve behandeling tegen griep. Getroffen paarden moeten echter rusten voor een periode van minimaal 3 weken en minimaal 2 weken na het verdwijnen van de symptomen van de griep. Symptomatische (ondersteunende) behandeling kan worden overwogen: koortsremmers kunnen worden gebruikt om de koorts te beperken. Als secundaire bacteriële infectie aanwezig is, kunnen antibiotica worden toegepast. Corticosteroïden worden vermeden.

Wanneer influenza pas laat wordt herkend en het dier geen rust heeft gekregen, dan kan volledig herstel wel drie tot zes maanden duren !

De getroffen paarden moeten apart gezet worden, om de verspreiding van het virus te beperken.

Preventie

De preventie van de ziekte bevat hygiënische en medische maatregelen.

De hygiënische maatregelen zijn de quarantaine (bij de introductie van een nieuw paard) en de bioveiligheids maatregelen (reiniging en ontsmetting van de ruimten en materieel; het virus kan makkelijk gedood worden door gewone ontsmettingsmiddelen).

De medische maatregel is de vaccinatie van de paarden. Vanwege de zeer besmettelijke aard en ernst van de symptomen, wordt vaccinatie aanbevolen voor alle paarden. Immuniteit wordt verkregen 15 dagen na de tweede injectie van de primaire vaccinatie en duurt tussen de 6 en 12 maanden. Gezien de variabiliteit van de circulerende virale stammen, kan vaccinatie de infectie niet altijd voorkomen, maar wel de ernst verminderen en het genezingsproces versnellen. Vaccinatie is verplicht voor alle paarden die deelnemen aan een wedstrijd.

Schermafbeelding 2015-03-24 om 14.23.01