Spierbevangenheid

Home / In de praktijk / Ziekten / Spierbevangenheid

Spierbevangenheid, ook bekend als exertionele myopathie, maandagziekte of tying-up, is de meest voorkomende spieraandoening bij sportpaarden. Dit syndroom kan bij paarden met een genetische (erfelijke) aanleg voorkomen of een verworven verschijnsel zijn (bijvoorbeeld door een ongeschikte training).

Ongeveer 15% van de sportpaarden zijn getroffen door terugkerende aanvallen van spierbevangenheid, die hun training en dus hun carrière in gevaar kan brengen. Maar dit betekent niet dat een betroffen paard niet kan presteren. Er bestaan top sportpaarden met recidiverende spierbevangenheid, alleen moet hun ziekte heel goed worden beheerd. Inderdaad, zijn er een paar bekende risicofactoren die een crisis kunnen veroorzaken: voeding, omgeving, trainingsschema, …

Symptomen

Men moet denken aan spierbevangenheid bij:

  • tremoren (de spieren trillen);
  • lokaal of algemeen zweten;
  • stijfheid;
  • pijn bij palpatie van de spieren (vooral bilspieren);
  • weigering om te bewegen;
  • koffiekleurige urine;
  • verhoogde hartslag of ademhaling.

Tussen 2 crises van spierbevangenheid is het paard meestal normaal.

Diagnose

De diagnose van spierbevangenheid wordt gesteld door laboratoriumonderzoeken op het bloed van de paarden, zo snel mogelijk na een verdachte crisis. Verschillende spierenzymen uit het bloed kunnen onderzocht worden, maar de bepaling van vitamine E en seleen is in een geval van spierbevangenheid heel interessant.

Bij recidiverende aanvallen kunnen een analyse van de urine en/of een spierbiopt uitgevoerd worden, om de oorzaak te bepalen.

Er zijn echter voor bepaalde paardenrassen genetische testen beschikbaar. Deze worden uitgevoerd op haren of bloed van de paarden.

Behandeling

In geval van spierbevangenheid zijn de doelen van de behandeling:

  • het verlichten van de pijn;
  • het vermijden van een verergering van de spierschade;
  • het verlichten van de stress van het paard;
  • het normaliseren van de hydratatie, het zuur-base evenwicht en de elektrolyten;
  • het herstellen en beschermen van de nierfunctie.

In alle gevallen en voordat de dierenarts het paard heeft onderzocht, is het af te raden om het paard te verplaatsen. Strikte stalrust is dus noodzakelijk! Zorg verder voor een dikke bedding en warme dekens bij koud weer.

Preventie

De preventie van deze ziekte bij risicodragende paarden is drievoudig:

  • leefmilieu:
    • stress vermijden: routine-dag opstellen, deze paarden als eerst voeren en trainen, plotselinge veranderingen vermijden, in een rustige stal met rustige paarden plaatsen;
    • overgewicht vermijden
    • dagelijkse zorg: iedere dag in de wei, stalrust voor maximaal 12 uren per dag.
  • training:
    • naleving van een progressief, regelmatig en dagelijks trainingsschema
    • naleving van een juiste warming-up? ;
    • naleving van een actieve fase van herstel na elke inspanning.
  • voeding:
    • koolhydratenrijk rantsoenen vermijden: minder dan 20% in het rantsoen;
    • de energie-inname verminderen;
    • de vet-inname in het rantsoen verhogen: tot 20-25% van de verteerbare energie (tot 300-500 ml plantaardige olie kunnen toegevoegd worden aan het rantsoen van een paard van 500 kg lichaamsgewicht);
    • voor een hoge kwaliteit eiwitten zorgen (ruwvoer);
    • supplementen: elektrolyten, vitamine E en selenium.