Bloed- en mestonderzoek

Home / Disciplines / Bloed- en mestonderzoek

Bloed- en mestonderzoeken worden vaak uitgevoerd als aanvullende onderzoeken in de paardengeneeskunde en worden volledig geïntegreerd in de medische sportbegeleiding van sportpaarden. Het bepalen van hematologische en biochemische bloedwaardes in rust geeft een baseline voor het monitoren van het paard, en helpt op deze manier de vroegtijdige diagnose te stellen van een ontsteking of orgaanstoornis.

Omdat we ervan overtuigd zijn dat belangrijke informatie uit het bloed gehaald kan worden, sturen we de monsters niet alleen naar laboratoria in Nederland maar ook naar het buitenland, zoals België, Duitsland en Frankrijk.

Algemene conditiebepalingen

Het paard is de diersoort, tussen de zoogdieren, waarbij de veranderingen in het bloedbeeld het meest afhankelijk zijn van ras, discipline en moment van afname. Het is daarom van essentieel belang om hier rekening mee te houden om eventuele misinterpretatie te voorkomen.

Een algemene conditiebepaling zal de volgende testen bevatten:

  • hematologie (het rode en witte bloedbeeld) en eiwitten: bloedarmoede (anemie) of een ontsteking kunnen d.m.v. deze testen gediagnosticeerd worden. Standaard vragen wij ook de elektroforese van de eiwitten (de onderverdeling hiervan). Deze bepaling is niet makkelijk te interpreteren maar geeft wel interessante informatie over een ontsteking, zoals een indicatie van het stadium en de oorzaak.
  • biochemie (organenenzymen en electrolyten): de standaard bestudeerde organen in algemene conditiebepalingen zijn de spieren, de lever en de nieren. Ook kijken we naar cholesterol en triglyceriden. De belangrijkste electrolyten (fosfaat, calcium, magnesium, kalium, natrium en ijzer) zijn standaard bepaald, omdat die noodzakelijk zijn voor een goede functie van de organen en dus voor de prestaties. Tekorten aan een of meer van deze electrolyten worden soms geconstateerd en kunnen makkelijk verholpen worden d.m.v. injecteerbare en/of orale supplementen.

Een algemene conditiebepaling zou minimaal één keer per jaar bij ieder paard moeten gebeuren en dit vóór de winter. Voor presterende sportpaarden adviseren we om deze bepaling om de 4 à 6 maanden uit te voeren. Voor de top-presterende sportpaarden is deze interval zelfs 1 à 3 maanden. Hoe eerder de stoornis of het tekort gediagnosticeerd wordt, hoe eerder de behandeling kan plaatsvinden en uiteindelijk hoe korter de vermindering van prestaties zal zijn.

Specifieke bloedonderzoeken

Naast de algemene conditiebepalingen kunnen we ook specifieke bepalingen uitvoeren. Denk dan aan:

  • extra biochemie: als een stoornis geconstateerd is bij een algemene conditiebepaling, dan kunnen we de bepaalde orgaan verder onderzoeken.
  • vitamine E en selenium: deze 2 elementen zijn zeer noodzakelijk voor een goede spierfunctie.
  • oxidatieve stress: de oxidatieve stress is een stofwisselingstoestand waarbij er meer reactieve zuurstofverbindingen vrij komen dan gebruikelijk. Door oxidatieve stress zullen de cellen in het lichaam meer energie gaan gebruiken om de celmembraan in goede staat te houden. Het bepalen van oxidatieve stress geeft ons dus een belangrijke informatie over de mechanismen die voor een stoornis zorgen.
  • afwijking van de hartspier: een verhoging van hart-biomarkers in het bloed is een teken van een aandoening van de hartspier. Deze test kan als screening uitgevoerd worden of voor bevestiging van een verdachte hartaandoening.
  • serologie: in geval van (verdenking van) infectieuze ziekten, kunnen we uit het bloed bepalen of het paard inderdaad in contact is gekomen met een bepaalde bacterie, virus of parasiet. Denk hier o.a. aan griep, rhinopneumonie, piroplasmose, west-nijl virus of infectieuze anemie.
  • allergie: door bloedonderzoeken kunnen we achterhalen of uw paard allergisch is of is geweest, maar we kunnen bovenal bepalen voor welke eiwit(ten) uw paard allergisch is. Een eerste algemene allergologische test wordt uitgevoerd om te bepalen voor welke eiwitgroep het paard allergisch is: omgeving, voer of insecten. Na deze algemene test kunnen we ons richten op een van deze groep om heel precies te bepalen waar uw paard allergisch voor is. De laatste stap is dan om contact met dit eiwit te vermijden of eventueel het paard te behandelen (immunotherapie).

Zweetonderzoek

In bepaalde gevallen kan een onderzoek uitgevoerd worden op het zweet van de sportpaarden. Dit geeft ons belangrijke informatie over het elektrolytenverlies tijdens de inspanning. Daarna kunnen we bepalen welke elektrolyten het paard nodig heeft en in welke hoeveelheid.

Mestonderzoeken

Mest

Blind ontwormen is verleden tijd! Het is niet meer van deze tijd om het paard 4 à 6 keer per jaar te ontwormen. Wij raden u aan om uw paard 2 keer per jaar te ontwormen en minimaal 2 keer per jaar zijn/haar mest te laten onderzoeken.

Twee testen worden uitgevoerd:

  • kwalitatieve analyse: op deze manier kunnen we weten met welke wormen het paard besmet is. Voor sommige wormsoorten zullen we meteen ontwormen en voor andere zullen we de tweede bepaling uitvoeren;
  • kwantitatieve analyse: ieder paard draagt wormen. Wel is het belangrijk om te bepalen of de hoeveelheid acceptabel of gevaarlijk is.