Klinisch onderzoek

Home / Disciplines / Klinisch onderzoek

Een klinisch onderzoek bevat een controle van:

  • de vitale functies, indicatoren van de gezondheid en het welzijn;
  • de algemene conditie van het paard, indicator van de gezondheid en het trainingsniveau;
  • de mobiliteit, indicator van de actieve (spieren) en passieve (botten en gewrichten) bewegingsapparaten.

Vitale functies

De vitale functies kunnen in rust en eventueel na inspanning beoordeeld worden. Denk dan aan hartslag (ritme, type en frequentie), ademhaling (type en frequentie, aanwezigheid van geluiden), temperatuur (rectale en van de benen), slijmvliezen (kleur en vochtigheid, CRT) en lymfeklieren (dikte en gevoeligheid).

Wilt u zelf de vitale parameters van uw paard volgen? Hier zijn de referenties voor een volwassen, rustig warmbloed paard:

Parameter Situatie Referentie Eenheid
Hartslag In rust10 minuten na inspanning 24 – 44≤ 60 hartslagen per minuut
Ademhaling In rust10 minuten na inspanning 8 – 18≤ 20 ademhalingen per minuut
Temperatuur In rust ‘s ochtendIn rust ‘s avond

10 minuten na inspanning

37,2 – 3837,4 – 38,2

≤ 39,4

°C

Wanneer moet u de dierenarts bellen? (voor een volwassen, rustig warmbloed paard)

Parameter Situatie Referentie Eenheid
Hartslag In rust > 60 hartslagen per minuut
Ademhaling In rust > 30 ademhalingen per minuut
Temperatuur In rust ‘s ochtendIn rust ‘s avond > 38,5> 38,7 °C

Algemene conditie

De algemene conditie wordt eigenlijk bij het eerste gezicht bepaald. Er wordt naar de volgende parameters gekeken:

  • BCS (body condition score), oftewel voedingstoestand, is een schatting van de hoeveelheid vet in het lichaam van het paard op basis van verschillende vormen waar vetreserves op het lichaam kunnen liggen.
  • algemene en specifieke bespiering, spiegel van de training en de voeding.
  • gedrag en vacht, spiegels o.a. van de goede functie van het verteringstelsel.

Mobiliteit = het monsteren

Het monsteren is het beoordelen van het lopende paard. Dit gebeurt op een harde en vlakke bodem. De verschillende bodems kunnen verschillende aandoeningen tonen. Buigproeven kunnen eventueel uitgevoerd worden om de gevoeligheid van sommige structuren (o.a. de buigpezen) te accentueren. Aandacht wordt ook besteed op de wervelkolom (hals, rug, bekken en staart) en de mobiliteit van al deze structuren. Dit kan aan de longe of onder het zadel (losrijden of proefrijden).