Sportgeneeskunde

Home / Disciplines / Sportgeneeskunde

De Equine Sports Medicine, oftewel paardensportgeneeskunde, is de branche van de paardengeneeskunde die zich richt op het paard als atleet. Dit concept is natuurlijk heel vaag maar is gebaseerd op een eenvoudig principe: de prestaties van een paard zijn bepaald door de conditie en het vermogen van zijn bewegingsapparaat.

Het bewegingsapparaat is het orgaansysteem waardoor het paard zich kan voortbewegen. Het valt onder te verdelen in:

  • het passieve bewegingsapparaat, het skelet en het bindweefsel, die steun bieden en door middel van gewrichten bewegingen mogelijk maken.
  • het actieve bewegingsapparaat, de skeletspieren, die door samen te trekken de beweging veroorzaken.

Dit principe is geldig voor alle disciplines. Natuurlijk is er tussen de disciplines veel verschil, de één moet een krachtige en intensieve inspanning leveren (draver) waar een ander langdurig en lichter moet inspannen (endurance).

Wij adviseren minimaal 2 keer per jaar een inspanningstest te doen voor de licht presterende paarden. Voor de top-presterende paarden is het aan te raden om deze test 2 à 4 keer te doen zeker tijdens het sportseizoen.

Een stukje fysiologie

Drie types spieren bestaan in het lichaam:

  • het dwarsgestreepte spierweefsel, oftewel de skeletspieren, die meestal via pezen aan de botten vastzitten en die dus het actieve bewegingsapparaat vormen. Skeletspieren hebben als eigenschap dat ze snel kunnen samentrekken, maar ook dat ze relatief snel moe worden.
  • het gladde spierweefsel, dat zich o.a. in de wand van enkele inwendige organen (maag, darmen, blaas of bronchiën) bevindt. Deze spieren zijn, in tegenstelling tot de skeletspieren, langzaam maar vrijwel onvermoeibaar.
  • het hartspierweefsel, zit in de fysiologie tussen dwarsgestreept- en glad spierweefsel. Het is een krachtige en snelle spier maar gelukkig onvermoeibaar.

Een atleet die prestaties levert, voert een lichamelijke activiteit uit. De lichamelijke activiteit is: “elke krachtinspanning van skeletspieren resulterend in méér energieverbruik dan in rustende toestand”. Anders gezegd; de skeletspieren voeren een mechanische energie uit en dit is een vertaling in de spieren van de chemische energie, ATP (adenosinetrifosfaat). Dit is de kern van de sportfysiologie, dit is de benzine van iedere inspanning.

Er zijn 4 bronnen van ATP. Iedere bron heeft zijn eigenschappen:

  • de ATP-reserve in elke spiercel: deze bron is direct beschikbaar maar is binnen één seconde op!
  • het alactische anaerobe metabolisme: dit snelle metabolisme heeft geen zuurstof nodig en produceert geen melkzuur, maar levert slechts 10 seconden lang energie op bij paarden.
  • het lactische anaerobe metabolisme: dit metabolisme heeft geen zuurstof nodig maar produceert melkzuur. Deze bron is vrij snel beschikbaar en levert ongeveer 3 minuten lang energie op bij het paard.
  • het aerobe metabolisme: deze bron is iets trager dan de 3 andere, heeft zuurstof nodig maar kan uren lang energie produceren (zolang de spiercellen zuurstof en voeding hebben).

Het is vrij duidelijk: in het paard zijn de aerobe en de lactische anaerobe metabolismes de belangrijkste bronnen van energie. Afhankelijk van de discipline van het paard, moeten we het een en/of het ander trainen om meer prestaties van de spiercellen te kunnen verwachten.

Energie bronnen zijn afhankelijk van de duur van de inspanning

Anaerobe drempel

De anaerobe drempel wordt gedefinieerd als de intensiteit van inspanning waarboven lactaat (melkzuur) zich begint op te hopen in de spieren en in het bloed. Deze ophoping ontstaat door het feit dat de afvoer van het lactaat de aanmaak niet meer kan volgen. Deze anaerobe drempel vormt dus de overgang van de aerobe naar de anaerobe lactische energielevering. Hoe later een paard deze drempel bereikt, hoe beter zijn uithoudingsvermogen.

Bij sportpaarden zullen inspanningen met een intensiteit boven de anaerobe drempel snel moeten worden gestaakt. Door de lactaatopstapeling neemt de zuurtegraad van de spieren en het bloed immers toe, wat de prestaties negatief beïnvloedt.

De anaerobe drempel kan bij paarden bepaald worden d.m.v.:

Invloed van de training op de anaerobe drempel

Elke discipline en elk paard is anders. Het bepalen van de anaerobe drempel en een aanpassing van het trainingsschema gaan zorgen voor een verhoging van het uithoudingsvermogen en dus van het prestatieniveau.

Binnen 6 à 12 maanden, kan een paard zijn aerobe metabolisme met 100% of zijn anaerobe metabolisme met 50% verhogen (afhankelijk van de discipline)!

Door gewonnen kracht en uithoudingsvermogen is uiteindelijk het resultaat van de training:

  • minder chemische energie nodig voor dezelfde mechanische energie: het paard is minder snel moe bij eenzelfde training;
  • meer mechanische energie met dezelfde chemische energie: het paard kan nu meer prestaties leveren dan voorheen.

Het bepalen van de anaerobe drempel is dus van belang voor ieder presterend paard, en het monitoren is de sleutel van de slimme training en van succes.

Daarom adviseren wij om minimaal 2 keer per jaar een inspanningstest te doen (en 4 keer voor de top-presterende paarden).